Hoe begin je met quilten met de hand?

Wil je graag leren quilten, maar heb je geen naaimachine of vind je het juist heerlijk om rustig met de hand te werken? Dan is handquilten een mooie manier om kennis te maken met deze creatieve hobby. Je hebt niet veel nodig om te beginnen en je kunt het helemaal in je eigen tempo doen. Met een paar eenvoudige materialen en wat oefening maak je al snel je eerste kleine quiltje!

In deze blog neem ik je stap voor stap mee. We kijken welke materialen je nodig hebt, hoe je de eerste quiltsteken maakt en met welk eenvoudig project je het beste kunt oefenen.

Wat is quilten eigenlijk?

Bij quilten worden drie lagen stof met kleine steekjes aan elkaar vastgezet. Deze lagen vormen samen een quilt.

Een quilt bestaat meestal uit:

  • De top: de bovenkant van de quilt. Deze kan bestaan uit één lap stof of uit verschillende stukjes stof die samen een patroon vormen. Dat laatste noemen we patchwork.
  • De tussenvulling: een zachte laag die de quilt wat volume en warmte geeft.
  • De achterkant: een lap stof die de achterkant van je quilt vormt.

Door deze drie lagen met kleine steekjes aan elkaar te maken, ontstaat een stevig en mooi geheel. De steekjes kunnen een eenvoudig patroon volgen, zoals rechte lijnen of kleine diagonalen, maar je kunt ook sierlijke vormen maken.

Het leuke van quilten met de hand is dat je geen ingewikkelde apparatuur nodig hebt. Een fijne naald, wat garen en mooie quiltstoffen zijn al een goed begin.

Welke materialen heb je nodig?
Voor quilten voor beginners is het verstandig om het eenvoudig te houden. Je hoeft niet meteen een grote verzameling quiltbenodigdheden aan te schaffen.

Dit heb je nodig om te starten:

  • Quiltstoffen: kies een paar stoffen die mooi bij elkaar passen. Voor je eerste project zijn twee of drie verschillende stoffen voldoende.
  • Een naald: gebruik een dunne, scherpe quiltnaald. Deze wordt ook wel een quilting needle genoemd.
  • Quiltgaren: speciaal quiltgaren is prettig om mee te werken. Kies een kleur die bij je stoffen past.
  • Een schaar: om stof en draad netjes af te knippen.
  • Een liniaaltje: handig om je stof op maat te meten.
  • Spelden of quiltclips: om de verschillende lagen op hun plaats te houden.
  • Tussenvulling: bijvoorbeeld een dunne katoenen of polyester vulling.
  • Een markeerstift: hiermee kun je eventueel de lijnen tekenen waarlangs je gaat quilten.
  • Een vingerhoed: beschermt je vinger wanneer je de naald door meerdere lagen stof duwt.
  • Een quiltliniaal, snijmat en rolmes zijn handig wanneer je vaker met patchwork gaat werken, maar voor je eerste kleine project kun je ook gewoon met een schaar beginnen.

Hoe maak je je eerste quiltsteken?
Het belangrijkste bij handquilten is dat je rustig werkt. Verwacht niet dat alle steekjes meteen even groot zijn. Door regelmatig te oefenen worden ze vanzelf gelijkmatiger.

Stap 1: Maak een quilt-sandwich. Leg eerst je drie lagen op elkaar: Leg de achterkant met de goede kant naar beneden. Leg de tussenvulling daar bovenop. Leg de quilt top als laatste met de goede kant naar boven. Dit noemen we een quilt-sandwich. Zorg dat de lagen mooi glad liggen en zet ze met spelden of clips aan elkaar vast.

Stap 2: Teken eventueel een patroon. Voor je eerste quilt kun je het beste beginnen met rechte lijnen. Gebruik een liniaal en een uitwasbare of verwijderbare markeerstift om de lijnen op je stof te tekenen. Houd de lijnen bijvoorbeeld 2 tot 3 centimeter uit elkaar. Zo kun je goed oefenen met het maken van gelijkmatige steekjes.

Stap 3: Begin met rijgsteekjes. De eenvoudigste steek om mee te beginnen is de rijgsteek. Hierbij haal je de naald steeds omhoog en omlaag door de stof. Knip een stuk quiltgaren van ongeveer 40 tot 50 centimeter af en maak een klein knoopje aan het uiteinde. Steek de naald vanaf de bovenkant door alle drie de lagen. Maak vervolgens kleine steekjes door de naald telkens weer omhoog en omlaag te steken. Probeer de steekjes ongeveer 2 tot 3 millimeter lang te maken en houd de afstand tussen de steekjes zo gelijk mogelijk. 
Je hoeft niet meteen lange, rechte lijnen te maken. Een paar centimeter oefenen is al voldoende.

Stap 4: Werk rustig verder. Wanneer je een stukje hebt gequilt, trek je de draad voorzichtig aan. Niet te strak, want dan kan de stof gaan trekken of rimpelen. Maak aan het einde van je draad een klein steekje en werk de draad netjes weg tussen de lagen van je quilt. 
Zo werk je steeds een stukje verder totdat je hele quilt is doorgestikt.
Een kleine tip: gebruik niet te lange stukken garen. Met een draad van ongeveer 40 tot 50 centimeter voorkom je dat deze tijdens het werken snel in de knoop raakt.

Welk project is geschikt om mee te oefenen?

Mijn advies is om niet meteen met een grote quilt te beginnen. Kies liever een klein project dat je in een paar gezellige uurtjes kunt maken.

Wij verkopen kant en klare pakketten voor een kussen.
Of een basis beginnersboek voor met de hand.

Veel plezier met je eerste handgemaakte quilt!